Werkbezoek Statenleden
SBW had vorig jaar ook al een werkbezoek georganiseerd in Waterland. Statenlid Gordijn van JA21 was zo enthousiast daarover dat wij hebben besloten dat nog een keer te doen. De provincie draagt immers een belangrijke verantwoordelijkheid voor de natuur en subsidieverlening in verband daarmee.
De berichtgeving over weidevogels is vaak pessimistisch. Het is inderdaad een feit dat, ondanks dat er veel meer geld aan weidevogelbeheer wordt uitgegeven, het aantal weidevogels toch daalt. Wij schreven hier eerder over. Daarom wilden wij graag ook met een positief verhaal komen en laten zien dat de negatieve trend wel degelijk kan worden gekeerd als het beheer op de juiste wijze wordt aangepakt.
Het werkbezoek vond plaats op 18 mei jl. Statenleden van de VVD en CDA bleken geen belangstelling te hebben, maar gelukkig een aantal andere fracties wel. Zij waren zelfs zeer geïnteresseerd. Met name door de constructieve inbreng van Statenlid Vendrig van BBB, melkveehouder en deelnemer agrarisch weidevogelbeheer, konden we uitgebreid met Ton Pieters, voormalig boswachter en nu adviseur weidevogelbeheer, van gedachten wisselen over het optimale beheer van weidevogelgraslanden. De sfeer was goed en de Statenleden bedankten ons voor wat zij hadden gezien en geleerd.

Werkbezoek Statenleden in polder Opperwoud, Waterland-oost op 18 mei jl.
Koeienmest vaak niet nodig voor insecten
Een ontdekking voor de Statenleden was bijvoorbeeld dat mest van koeien veelal niet nodig is voor het voedselaanbod voor de kuikentjes van weidevogels. Volgens Pieters zitten er voorlopig voldoende voedingsstoffen in de bodem door de jarenlange (over)bemesting. Bij een hoog bemestingsniveau concurreert (raai)gras de meeste kruiden weg. Bij weinig voedingsstoffen in de bodem krijgen kruiden, bloemen en andere grassoorten meer kans als tegelijkertijd het waterpeil hoog is. Zij trekken meer prooidiertjes voor de kuikens aan. Het zijn dus niet zozeer de koeienflatsen die daarvoor zorgen, zoals vaak wordt gezegd. Bovendien blijft de vegetatie bij een laag bemestingsniveau en hoog waterpeil langer laag zodat het voedsel voor de kuikens bereikbaar blijft. Kortom, zolang men bezig is met het voedselarmer maken van graslanden, de verschralingsperiode, moet geen mest worden uitgereden.
Mozaïekbeheer onwenselijk
“Vaak hoor je dat mozaïekbeheer goed zou zijn”, vertelde Pieters tijdens het werkbezoek, ”maar ik ben daarop tegen.” Dit idee is volgens hem ontstaan om de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven zo weinig mogelijk te hinderen terwijl tegelijkertijd al op enkele hectares weidevogelbeheer wordt gestimuleerd met subsidies. Pieters meent dat een weidevogelgemeenschap daardoor zijn afweersysteem verliest. Een opdeling van een gebied in percelen van enkele hectares met afwisselend lang- en gemaaid gras en kuikengrasland is te verdeeld. Een kuikengrasland dient aaneengesloten te zijn met een oppervlakte van minimaal veertig tot vijftig hectare. Alleen dan heb je kans dat voldoende weidevogels zich vestigen die elkaar helpen bij het verjagen van predatoren. In een mozaïeklandschap komen (broedende) weidevogels te geïsoleerd te zitten. Een gemaaid grasland trekt geen insecten aan en biedt bovendien geen enkele dekking tegen predatoren. In te hoog en dicht gras kunnen kuikens zich nauwelijks bewegen. Ook raken ze al gauw onderkoeld als het regent. Bovendien zijn prooidiertjes in te lang gras niet voor kuikens bereikbaar. Kortom “alles wordt te kwetsbaar als je een weidevogelgebied opdeelt in kleine stukken. De dalende trend van het aantal weidevogels laat zien dat het op deze manier niet werkt”, aldus Pieters.
Opperwoud
De weilanden in de polder Opperwoud kleurden ten tijde van het bezoek geel van de ratelaars. Een ratelaar is een bijzondere plant, die groeit in minder voedselrijke weilanden. Deze plant helpt bij verdere verschraling omdat het een halfparasiet is en voedselstoffen steelt uit wortels van grassen. Boeren zijn daarmee natuurlijk niet blij omdat ze het gras nodig hebben voor hun koeien, maar natuurbeheerders vinden het een feest. Het gras was zeer divers qua soorten en stond nog altijd zeer laag, mede dankzij de aanwezige ganzen. Witbol en eiwitrijke grassen waren er nagenoeg niet te zien. Verder groeiden er langs de greppels bijvoorbeeld moerasvergeet-mij-nietjes, geknikte vossenstaart, slanke waterbies en goudknopjes. Deze waren tijdens het werkbezoek op 18 mei jl. nog nauwelijks te zien maar groeiden en bloeiden uitbundig op 26 mei jl.

Foto van de met ratelaar geel gekleurde weilanden in Opperwoud op 26 mei jl.

Foto van goudknopjes langs de greppels in Opperwoud op 26 mei jl.
Ondanks de hoge temperaturen stond er op 26 mei jl. meer dan voldoende water in de greppels en onder het maaiveld, zoals op onderstaande foto is te zien. “Dat is geen probleem en niet veel werk, omdat de inrichting en de waterhuishouding op orde zijn in Opperwoud,” aldus Pieters. “Dit met steun van de provincie. Het is een prachtige habitat voor weidevogels geworden,” vulde hij aan.

Foto van de met water gevulde greppels in Opperwoud op 26 mei jl.
Terreinen Staatbosbeheer
Staatsbosbeheer is eigenaar van verschillende weidevogelgraslanden in Waterland-oost, die een natuurbestemming hebben. Zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze terreinen zijn in principe zeer geschikt voor weidevogels: veel water in de omgeving, grasland en openheid (geen of relatief weinig bosschages, bomen en bebouwing).
SBW ging samen met Ton Pieters kijken op 26 mei jl. Het algemene beeld is dat de vegetatie
veel te hoog en te dicht stond en niet erg divers was, zoals op onderstaande foto is te zien. Dat duidt erop dat er (nog altijd) te veel voedingsstoffen door bemesting in de grond zitten en het waterpeil onder het maaiveld niet hoog genoeg is, waardoor de grasgroei sneller gaat en kruiden en bloemen juist minder de kans krijgen.

Foto van de weidevogelgraslanden van Staatsbosbeheer op 26 mei jl. langs de Poppendammergouw in Waterland-oost. Te
zien is dat het gras hoog staat en voor een belangrijk deel bestaat uit witbol. Dat geldt ook voor onderstaande foto gemaakt
van de weidevogelgraslanden langs de Peereboomweg dicht bij Zuiderwoude eveneens op 26 mei jl.

Greppels, voor zover aanwezig, stonden droog zodat er onvoldoende water de graslanden in kon lopen om de waterstand onder het maaiveld op peil te houden. Een aantal percelen zat nog steeds in de onderbemaling. Een deel van de weidevogelgraslanden was zelfs kurkdroog. Kortom, de waterhuishouding is daar niet op orde terwijl dat cruciaal is voor een goede habitat voor weidevogels. Volgens Pieters is dat voor een belangrijk deel te wijten aan de gebrekkige inrichting en onvoldoende onderhoud van de greppels.

Foto van een droge greppels in de strook van De Munt tussen het
Goudriaankanaal en het fietspad

Foto van droge greppels in De Peereboom in Waterland-oost op 26 mei jl.
De terreinen bij De Kinsel en een deel van De Munt vormden een uitzondering op dit algemene beeld. Daar stond gelukkig wel water in de greppels zoals op onderstaande foto is te zien en leek de vegetatie gevarieerder te zijn dan elders. De habitat was volgens Pieters echter aan de ruige kant en daardoor toch ook niet helemaal ideaal voor weidevogels. In De Kinsel en in De Munt waren wel meer weidevogels te zien dan in andere weidevogelgraslanden. Op die andere graslanden hebben we zelfs geen enkele weidevogel waargenomen.
Pieters betreurt het dat het natuurorganisaties als Staatsbosbeheer niet lukt het beheer op orde te krijgen, zelfs niet in de voor weidevogels kansrijke natuurreservaten. Dat valt niet langer te rechtvaardigen. “Of Staatsbosbeheer krijgt te weinig geld voor het beheer, of het geld wordt verkeerd besteed”, aldus Pieters. “Terwijl een aantal omliggende Staatsbosbeheer-terreinen moeiteloos zou kunnen aansluiten bij het beheer van Opperwoud.”
Het verslag van het bezoek op 26 mei jl. kunt u hier lezen.
Conclusie
De visuele verschillen tussen de weidevogelgraslanden in de polder Opperwoud en, in z’n algemeenheid, die van Staatsbosbeheer zijn duidelijk. De graslanden in Opperwoud zijn natter, kruiden- en bloemrijker en meer toegankelijk voor weidevogels. In Opperwoud waren op 26 mei jl. dan ook veel meer weidevogels te zien. Daar is de waterhuishouding op orde (een hoog waterpeil onder het maaiveld gecombineerd voldoende greppels met water) en wordt ‘gewoon’ het beheer toegepast wat volgens onderzoek het beste is. Alleen op deze manier kan de negatieve trend van het aantal weidevogels worden gekeerd. De subsidies worden in Opperwoud in ieder geval goed besteed.
Artikelserie
In ons vorige artikel hebben we toegelicht dat de waterhuishouding cruciaal is voor effectief weidevogelbeheer. We hebben daarin naar verschillende onderzoeken verwezen. In dit artikel hebben we vooral de visuele verschillen laten zien. In ons volgende artikel zullen we de onderzoeken en subsidieverlening (nog) meer belichten.




